Al enkele jaren is er een werkgroep hoofdluis actief op school. Deze werkgroep werkt in preventieve sfeer om hoofdluis te voorkomen. Gebruikelijk is dan ook dat de kinderen in de tweede week na een langere vakantie (5x per jaar) worden gecontroleerd op hoofdluis. U kunt in de Sevenaria lezen, wanneer de eerst volgende luizencontrole is.
U kunt de vrijwilligers helpen door uw kind dan geen vlechtjes, staartjes, gel of andere versierselen in het haar te doen.
Protocol Hoofdluisbestrijding Sevenaerschool:
Hoofdluisbestrijding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ouders, school en GGD Fryslân hebben op dit terrein ieder hun eigen taak en verantwoordelijkheden.
• Ouders
Ouders/verzorgers controleren hun eigen kinderen wekelijks op hoofdluis. Als er hoofdluis
is geconstateerd bij hun kind, moeten ze dit direct melden aan school en starten met
behandelen.
• School
De school moet maatregelen nemen ter voorkoming van hoofdluis en voorkoming van
verdere verspreiding. In dit protocol wordt aangegeven hoe onze school hoofdluis
constateert en wat er gebeurt wanneer er hoofdluis wordt geconstateerd.
• GGD Fryslân
De GGD heeft een voorlichtende, adviserende en ondersteunende taak ten aanzien van
hoofdluisbestrijding. Dit gebeurt door het geven van informatie en advies, door middel van
folders, posters e.d. Voor een ouderavond of een instructie aan de ouderwerkgroep kan
een beroep op de GGD worden gedaan. De verpleegkundige van de GGD kan ouders begeleiden die problemen ondervinden bij de bestrijding van hoofdluis.
De GGD kan NIET de verantwoordelijk¬heid van de ouders en die van de school over-nemen.
Werkgroep Hoofdluisbestrijding
Binnen de school is een hoofdluiswerkgroep samengesteld. Deze werkgroep, bestaande uit ouders, controleert alle kinderen op hoofdluis. De werkgroep werkt volgens de richtlijnen van de GGD.
Richtlijnen:
• De hoofdluiswerkgroep controleert in elke tweede week na elke herfst-, kerst-, voorjaars-, mei- en zomervakantie of na een melding van hoofdluis, alle kinderen op hoofdluis. Dit kunt niet lezen in de Sevenaria.
• Indien er hoofdluis is geconstateerd, worden de bevindingen doorgegeven aan de betreffende ouders. De ouders worden telefonisch geïnformeerd door de groepsleerkracht van het betreffende kind.
• Indien er voor de eerste maal hoofdluis op school is geconstateerd, ontvangen alle ouders een brief. Bij herhaling wordt er in de Sevenaria melding van gemaakt.
• Na één week controleert de hoofdluiswerkgroep weer alle kinderen en leerkrachten.
• De werkgroep gaat hiermee door zolang als nodig is.
In een aantal gevallen kan er sprake zijn van hardnekkige hoofdluis.
Indien na 2 nacontroles er nog steeds sprake is van hoofdluis, zal er een gesprek plaatsvinden tussen ouders en directeur. De jeugdverpleegkundige van GGD Fryslân kan die ouders thuis adviseren en begeleiden.
Bij hardnekkige hoofdluisproblemen heeft de school altijd overleg met de jeugdverpleegkundige van de GGD en wordt er een gezamenlijke aanpak bepaald.
Werkgroep Hoofdluisbestrijding:
Mirjan Mereboer 542771
Augusta Tenge
WERKWIJZE OP DE SEVENAERSCHOOL
Preventieve controle:
Elke 2e week na de herfst-, kerst-, voorjaars-, mei- en zomervakantie worden alle kinderen gecontroleerd op hoofdluis. De werkgroep roept om beurt de vrijwilligers op.
Controle na melding:
Ouders die hoofdluis constateren bij hun kind, bellen met de leerkracht. De leerkracht belt met Mirjan Mereboer (bgg: iemand anders van de werkgroep, z.o.z.) zodat er zo snel mogelijk een controle uitgevoerd kan worden.
Hoe controleren we:
• Door te kijken tussen de haren of er luizen of neten te zien zijn. Ze zijn vooral te vinden in de nek, achter de oren en in de pony. Als u geen luizen ziet, maar wel grijswitte puntjes, kan het toch om hoofdluis gaan. Die puntjes kunnen neten zijn. Neten plakken aan het haar/hoofd, ze laten niet los na kammen.
• Het haar kammen met een luizenkam. Kam boven een vel wit papier. De luizen vallen dan op het papier.
Wanneer heeft een kind hoofdluis?
• Als u levende hoofdluizen ziet op het hoofd.
• Als er door kammen levende luizen worden gevonden.
• Als de neten maximaal 1 cm. van de hoofdhuid zijn verwijderd.
Wanneer heeft een kind geen hoofdluis?
• Als u geen levende luizen vindt.
• Als de neten verder dan 1 cm van de hoofdhuid zijn verwijderd.
Het herkennen van een hoofdluisbesmetting kan lastig zijn. Zorg in ieder geval voor een goede verlichting. Het is moeilijk onderscheid te maken tussen neten die nog een larve bevatten of neten die al leeg zijn. Lege neten groeien met het haar mee, dus hoe verder de neet van de hoofdhuid af is, hoe langer geleden deze is gelegd. Neten die verder dan 1 cm. van de hoofdhuid zitten, bevatten geen luis meer.
De behandeling:
De GGD adviseert de volgende aanpak:
• De uitkammethode: gedurende 2 weken het haar elke dag doorkammen met een netenkam
• De uitkammethode kan worden gecombineerd met een speciaal antihoofdluismiddel. Ook dan moet het haar 2 weken lang worden doorgekamd met een luizenkam.
Hoe werken de luizenmoeders?:
• De elektrische kookplaat in lerarenkamer neerzetten. Kammen uitkoken in daarvoor bestemde pan. De kookplaat staat met de kookpan in de kast in de lerarenkamer. De kammen en het vergrootglas liggen in de pan. Na afloop alle benodigdheden weer opbergen (wel laten afkoelen!).
• Op de leerlingenlijst in het logboek alle leerlingen aankruisen met een / =goed, N= neten, L= luizen, bij afwezigheid een A noteren. Vraag de leerkracht wie ontbreekt. Het controlerapport geheel invullen, ook als er geen bijzonderheden zijn.
• Kinderen in de klas controleren, te beginnen met de leerkracht! Rekening houden met gymles(volgorde klassen bepalen)
• Regelmatig nieuwe kammen pakken, al dan niet met gaasje door de tanden
• Als je luizen of neten aantreft, direct een schone kam pakken. Reageer discreet.
• De directeur of de leerkracht van het betreffende kind belt met de ouder/verzorger, overlegt over de behandeling, en geeft zonodig een folder mee.
• De kinderen die tijdens de controle afwezig waren, worden later in de week gecontroleerd. (overleg met leerkracht)
Handige service:
Bij de bij de leden van de werkgroep is een pakket te leen waarin luizenbestrijdingsmiddel, stofkam en foldermateriaal zit. Om de voorraad op peil te kunnen houden wordt een bijdrage per behandeling gevraagd. Op deze manier zit je als ouder niet met dure voorraden die over de houdbaarheidsdatum kunnen raken. Luizenbestrijdingsmiddel: Prioderm lotion of XT-luis geadviseerd door de GGD.
Voor overige informatie wordt verwezen naar de groene map in de lerarenkamer.

